Titel-twijfel

De titel van een boek is het eerste waar ik aan denk voor ik met het schrijven begin. Het moet de lezer aanspreken en tot de verbeelding kunnen spreken. Toen ik Alexine schreef, was de werktitel Bonjour Philipine, naar een spel dat vaak in de 19e eeuw gespeeld werd. Daarna heette het A Teaspoon of Tears in the Desert, dat werd Trots en Tranen in de Woestijn maar uiteindelijk kwamen we uit op Alexine.

Met Het suikervogeltje doorliep ik eenzelfde proces. De werktitel was Nichtjes van de Koning, omdat de weesmeisjes in een boek van James Michener ‘the king’s nieces’ werden genoemd. Toch wilde ik de titel iets pakkenders geven, iets wat exotisch was en een symbool in m’n verhaal weergaf. Zo kwam ik op Het suikervogeltje.

Voor mijn nieuwe boek dat in het voorjaar van 2018 uitkomt, had ik gekozen voor de titel Onder de Vlinderbloemenboom. In het Engels was het makkelijker: Under the Lucky Bean Tree. De boom die door het verhaal heen een rol speelt, behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). Het gaat om de Kanniedood boom, ook wel Erythrina Lysistemon. Het staat ook bekend als de koraalboom. De boontjes worden gebruikt als gelukssymbolen. Vlinder en bloemen in de naam zou de titel iets lichts geven. Ik gebruik het beeld van vlinders ook aan het eind van mijn verhaal. ‘Iris zag twee vlinders fladderen rond de felrode bloemen van de Vlinderbloemenboom. De onderkant van de vlindervleugels waren poederachtig wit. Ze zag de andere kant toen ze samen rustten op een bloem: de ene was de kleur van graan, de andere was karmijnrood.’ Met vriendinnen en uitgever heb ik de titel besproken. Heel veel alternatieve titels passeerden de revue:

Bij het licht van de vuurvliegjes … Echo’s uit het verleden… De geluksboontjesarmband… Tulpen en vuurvliegjes… Als verleden heden is… Moerbeien in winter

En na een weekend lang nadenken kwamen we uit op Onder de Vlinderboom. Met dichterlijke vrijheid heb ik gekozen voor een titel die beter uit de mond rolt: Onder de Vlinderboom. Ik hoop dat het de lezer uitnodigt om het boek op te pakken en eraan te beginnen. Hierbij ook nog een lijstje van Engelse titels die ik in mijn onderzoek tegenkwam. Zo mooi door hun eenvoud of schijnbare tegenstelling: Wild ducks flying backwards The particular sadness of lemon cake So long and thanks for the fish She heard the vultures singing Partial history of lost causes Happiness is a chemical in the brain Extremely loud and incredibly close The unbearable lightness of being The voluptuous delight of peanut butter and jam

Fossiel alfabet bij september-boekenclub besproken

Wat een eer om vorige week een Nederlandse boekenclub in Johannesburg te mogen bijwonen. Het was hartverwarmend dat iedereen Het suikervogeltje zo goed en grondig gelezen had. Een groep interessante vrouwen, die ieder zelf de ervaring van vertrekken met Ariaan deelde. Er werden goede vragen gesteld en diepgaande discussies gevoerd. Over de waardigheid van slaven, over het verleden en het heden, over heimwee en ‘be-longing’. We filosofeerden over het citaat van Julia Kristeva ‘het vreemde is in mij,’ over ubuntu en over de betekenis van het vreemdeling zijn. Hoeveel is er veranderd drie eeuwen later?

Er werd op deze mooie zomeravond ook van gedachten gewisseld over het gedicht van Antjie Krog, Fossiel Alfabet, de opdracht voorin het boek. Een van de vragen ging over welke thema’s uit het gedicht met het boek verbonden zijn. Ik had voor het gedicht gekozen omdat in de zeventiende eeuw al de basis werd gelegd voor de ‘striemende aversie’ en omdat het thema tijdloos is. En dat werd herkend. Iemand merkte op dat wat mensen menselijk maakt en de eigenschappen die daarbij horen door de tijd heen onveranderd blijven. En iemand anders vulde aan dat een fossiel ook de afwezigheid van iets benadrukt. Ik kopieer het gedicht ter overweging onderaan.

We hadden het ook over hoe onafhankelijk de vrouwen uit de zeventiende eeuw waren. Tijdens mijn onderzoek las ik ergens dat in de republiek vrouwen aanzienlijk meer vrijheid genoten dan elders in Europa. Hoewel een vrouw wel officieel de machtiging van haar man nodig om rechtshandelingen en transacties te plegen, was ze toch vrijgevochten.

‘Buitenlanders bleven zich verbazen over het fenomeen van de handeldrijvende huisvrouw; zij constateerden dat vrouwen moeiteloos de zaken van hun afwezige echtgenoten waarnamen en indien nodig zelfs handelsreizen maakten. De Engelsman Sir William Mountague, die in 1695 de Republiek bezocht, stelt zelfs dat vrouwen actiever waren in de handel dan mannen: ‘It is very observable here, more women are found in the shops and business in general than men; they have the conduct of the purse and commerce, and manage it rarely well, they are careful and diligent, capable of affairs, (besides domestic), having an education suitable, and a genius wholly adapted to it.’

Kortom, een bijzondere avond die veel stof tot nadenken heeft gebracht. Dank je wel.

Fossiel alfabet

het versteende fossiel beschrijft niet

hoe mijn blauwe ogen langs jouw ogen heenkijken

hoe jouw zwarte ogen mijn ogen ontwijken

hoe mijn witte bovenarm bloot

naast jouw zwarte bovenarm rust

hoe wonderlijk mijn steile haar naast jouw kroeskop slaapt

het fossiel beschrijft wel tot in de uiterste vertebrae

hoe de kust verblindend blijft roepen naar

het continent dat ooit

aan haar vastzat

hoe de inheemse begroeiing onbestreden geurt om haar afgescheurde kameraad

hoe de rots aan zee roest achter zijn weggedreven bloedbroeder aan

het fossiel weet dat alles ooit aan elkaar vastgezeten heeft

dat we onze harten aan elkaar hebben opgehaald toen

alleen wíj weten niet

waarom we nu met die rots-alleente zitten

en zoveel striemende aversie

(Uit: Antjie Krog Nieuwe Gedichten vertaling Robert Dorsman en Jan van der Haar, 2004)

 

 

Engels of Nederlands? Wat is de taal van je hart?

Iemand vroeg me laatst wat het betekende om een schrijver te zijn in twee talen en voor welke taal ik het eerst zou kiezen: Engels of Nederlands. Ik dacht meteen aan in welke taal ik droom en in welke kleuren? Hangt dat af van het verhaal, de omstandigheden, de herinneringen, de associaties? Is voor mij de één meer de taal van het hart dan de ander?

 

Thuis spreken we Nederlands, maar verder woon en leef ik al zeventien jaar lang in een land waar veel Engels wordt gesproken. Het Engels is me als een handschoen gaan passen. Het enige waar ik altijd mee worstel zijn de uitdrukkingen: In het Engels heb ik wel eens uitgeroepen: don’t throw the baby out of the bathtub. Maar ook in het Nederlands heb ik daar moeite mee: een gat in de zak kopen is een voorbeeld dat altijd grote hilariteit opwekt.

De afgelopen maanden heb ik geprobeerd mijn Engelse manuscript in het Nederlands te vertalen. Een homerische taak! Eigenlijk komt het neer op een nieuw boek schrijven. Ieder woord, waar ik zo lang over de smaak over heb nagedacht, heeft dezelfde aandacht nodig om het in een andere taal te vinden.

 

Ik las ergens dat sommige schrijvers met opzet in een andere taal schrijven om hun geest te verruimen en zich verder te ontwikkelen. Conrad, Nabokov en Beckett staan het meest bekend om hun werk dat niet in hun moedertaal is geschreven. Beckett was in het Frans gaan schrijven omdat hij in het Engels geen carrière had gemaakt. Door over te gaan naar het Frans dwong hij zichzelf om op een radicale nieuwe manier te schrijven.

De Belgische Chika Unigwe van Nigeriaanse afkomst schrijft in het Engels en in het Nederlands. Kader Abdolah is bekend geworden door zijn Nederlandse boeken.

Voor mij geldt dat het schrijven in een andere taal mij gedwongen heeft om mijn gedachten beter te formuleren.

 

Een schrijver werkt met woorden, zinnen, verhalen en boeken, poëzie en liedteksten en dat kan in verschillende talen. Maar er is nog een andere gemeenschappelijke vorm van taal: die van muziek, dans en stilte. Daar haal ik mijn inspiratie uit. Dat is de stof voor mijn dromen. Dat is de taal van mijn hart.

https://www.1843magazine.com/features/bringing-up-babel

Antwoord aan een jonge schrijfster

Lieve Rose-Ashanti, je hebt me zo blij gemaakt met je vraag. Met zo’n mooie naam als die van jou, kun je niet anders dan een goede schrijver worden.

De eerste stap is dat je moet bedenken wat voor soort boek je wilt schrijven. Waar wil je dat het over gaat. Het werkt het beste als je een boek schrijft dat je zelf ook zou willen lezen: Hou je van avonturen? Van meisjesverhalen? Van verhalen over vroeger? Wil je het grappig maken of juist serieus?

Weet je al een beetje waar je over wilt gaan schrijven? Als je begint en dan niet verder komt, is dat vaak omdat je het verhaal niet hebt doorgedacht. Een boek heeft altijd een begin, een midden en een einde. En er moet wat in gebeuren. Het helpt als je jezelf de vraag stelt wat de persoon over wie je schrijft, moet doen: ze moet iets zoeken of vinden om een probleem op te lossen. In je boek vertel je het verhaal naar die zoektocht. Denk maar aan de boeken die je hebt gelezen. Weet je wat daarin het probleem is? En weet je hoe de zoektocht gaat? En hoe de oplossing komt?

Wil je over jezelf (ik) schrijven of over iemand anders? Ook als je over jezelf schrijft, mag je verzinnen, hoor. Dat maakt het juist leuker. Gebruik niet te veel mensen (karakters) in je verhaal. De lezer wil het liefst veel over iemand weten en niet weinig over een heleboel mensen. Maak een lijstje over de hoofdpersoon in je boek, voor je begint met schrijven. Hoe oud is ze? Wat is haar lievelingskleur? Waar woont ze?

Door deze vragen van tevoren te bedenken en door de karakters met elkaar gesprekken te laten voeren (een dialoog) wordt het voor de lezer nog echter. Neem een klein boekje mee zodat je overal waar je bent, kunt opschrijven wat je om je heen ziet: schuift een vriendin altijd haar haren achter haar oor? Likt een hondje z’n lippen voor hij een koekje krijgt? Wiebelt je broertje op z’n stoel: dat zijn allemaal zinnetjes die je later kunt gebruiken, waarmee je verhaal tot leven komt. Denk maar dat het lezen hetzelfde moet zijn als naar een film kijken. Niet: en toen werd er op de deur geklopt, maar: iemand klopte op de deur.

In een boek moet je altijd dingen kunnen ruiken, proeven voelen of zien. Als je ergens binnenkomt, is het dan stil of hoor je muziek? Ruikt het naar een pas gedweilde vloer of naar een taartje?

Is het donker of schijnt de zon door de ramen en zie je dan schaduwen op de grond van de blaadjes van de boom. En dan: gewoon beginnen en doorgaan tot het af is. Heel veel succes. Als je het wilt, dan kun je het! Laat je me weten hoe het gaat?

Liefs van Pauline Vijverberg

 

Bijzondere lezing bij boekenclubavond

Afgelopen donderdag was ik uitgenodigd bij Dominique om over Het suikervogeltje te komen praten. Onder mijn arm had ik een stapel boeken en ik nam een loep mee om de route van Ariaan en Gerrit op een oude kaart te volgen. Het was een bijzondere avond, waarbij goede vragen werden gesteld. Eén van de vragen die na afloop door mijn hoofd bleef spelen ging over waar fictie eindigt en werkelijkheid begint.

Als schrijver van historische romans heb je volgens mij de plicht om de werkelijkheid zo goed mogelijk weer te geven. Hilary Mantel legde dat in een lezing heel goed uit. ‘Is this story true?’ was ook een vraag die zij vaak kreeg. Zij schrijft dat ze de innerlijke worsteling van haar karakter verzon, maar niet de kleur van het behang in de kamer waar hij werkte. Dat moest kloppen. Dus de gevoelens en gedachten die een karakter in het boek heeft en de beslissingen die genomen worden, daarbij heeft de auteur vrij spel.

In Het suikervogeltje heb ik dat zo veel mogelijk nagestreefd. Wat waar is, kun je in de archieven terugvinden. De VOC scheepslijsten zijn gedigitaliseerd, de geboorte- en huwelijksdata zijn genoteerd, maar of Ariaan en Willemijn verdriet kenden of juist blijdschap dat heb ik voor ze ingekleurd. Wie hun liefdes waren, wat hun dromen en teleurstellingen, daarin had ik de vrije hand. Dat ze een genetische ziekte droegen, wisten ze niet, dus porfyrie heb ik niet genoemd. Maar de symptomen van de ziekte heb ik verwerkt in het verhaal. Ik heb geprobeerd zo authentiek mogelijk het verleden weer te geven, maar wel met de kennis van het heden.

Wat laat je zien en wat niet? Om te voorkomen dat het boek een geschiedenisles zou worden, heb ik ervoor gekozen sommige interessante feiten niet op te nemen. Ik hoop dat de lezers die meer willen weten zelf verder onderzoek doen. Voor de lezing van Hilary Mantel kun je de volgende link openen:

https://www.theguardian.com/books/2017/jun/03/hilary-mantel-why-i-became-a-historical-novelist

 

Zoveel inspiratie, zoveel ideeën

‘Zoveel inspiratie, zoveel ideeën, maar ook heel uiteenlopend,’ schreef een beginnend schrijver me. ‘Hoe bepaal jij welk boek je gaat schrijven? Welk genre?’

Ik hoefde niet lang over een antwoord na te denken. ‘Schrijf in het genre waar je zelf het meest van houdt. In mijn geval zijn dat romans met een historische achtergrond waar je als lezer wat van leert, zonder dat het een geschiedenisles wordt.’

‘Maar ik hou van heel veel soorten genre boeken en lees zelf veel; vandaar waarschijnlijk ook de vele ideeën die ik heb,’ was haar antwoord.

Ideeën zijn er inderdaad in overvloed. Ze zweven overal rond. Ik denk soms wel eens dat ik niet op zoek ben naar ideeën, maar dat ze mij vinden. Maar het idee dat uiteindelijk een boek moet worden, is er één die dicht bij je hart moet liggen. Je gaat er gemiddeld twee jaar mee werken, dus het moet iets zijn wat je aanspreekt. Ik doe veel onderzoek voor ik ga schrijven, het moet daarom echt iets zijn waar ik belangstelling voor heb.

Voor een goede roman is het ook belangrijk dat er meer is dan een idee. Het helpt als je het idee uitwerkt en structuur aanbrengt. Ik dwing mezelf een opzet te maken voor ik maar één letter op papier heb gezet. Een ruwe hoofdstukindeling voor je begint, helpt met de verhaallijn. Denk aan het begin en het eind en drie verrassende wendingen. En er moet een conflict zijn. Het verhaal is vaak een zoektocht naar de oplossing. Zo vormen de karakters zich bijna vanzelf en lopen de dialogen vloeiend als ik eindelijk begin met het schrijven.

En het belangrijkste is misschien wel: ga door, en geef niet op. Lees veel. Schrijf zoals je naar een film kijkt.

Ik wens alle beginnende schrijvers heel veel succes toe!

Boer zoekt vrouw recensie Boekenkrant

Amsterdam, 2017. Druppelend van de stortbui waar ik doorheen moest, sta ik te luisteren naar schrijfster Pauline Vijverberg. In geuren en kleuren vertelt ze over haar historische roman Het suikervogeltje, dat is gebaseerd op waargebeurde verhalen. Tijdens deze bijeenkomst waan ik me al snel in het warme, tropische Kaapstad. Deze sfeer zal ik later ook voelen als ik tijdens de volgende regenbui begin te lezen in het boek. Even stormt het niet. Even sta ik samen met de vijf weesmeisjes op de boot en voel de spanning. Zullen ze wel zo gelukkig worden als ze hopen? Had ik zelf zo’n grote stap durven zetten?

Amanda Morina schreef een mooie recensie in de Boekenkrant. De hele recensie vind je hier:

http://www.boekenkrant.com/boer-zoekt-vrouw/

Mooiste quote: we zijn stofdeeltjes op aarde, voortgejaagd door de wind van ons lot

Leuke recensie van Ann’s Boeken Blog.

Ze schrijft onder andere: “Het verhaal leest als een stroomversnelling. Het is een heel origineel verhaal, dat, voor zover ik weet, nog niet (vaak) is verteld. Het verhaal is goed opgebouwd waarbij het begint in de jeugd van Ariaan en Willemijn, waarom ze uiteindelijk in het weeshuis belanden en van daaruit uiteindelijk in Kaap de Goede Hoop gaan wonen, hoe hun leven daar is. Vanaf de eerste zin zat ik erin.”

Ze gaf me vijf sterren! Dank je wel Anneke van Dijken.

Als je de heel recensie wilt lezen: https://surfingann.blogspot.co.za/2017/04/het-suikervogeltje-pauline-vijverberg.html

Lezing bij Boekhandel Couvée-Benoordenhaeghe op 3 maart

Het was een bijzondere middag met oude schoolvriendinnen van het Maerlant-Lyceum, maar ook van de school in Jakarta en andere bekenden en geliefden uit Den Haag.

Nu krijg ik steeds foto’s toegestuurd wanneer mijn boek ergens gespot is:

Bij Het Rijksmuseum, bij Maximus Hilligersberg…

Laat me weten als je nog ergens mijn boek aantreft. Ik plaats er graag een foto van!