Correcties en kaft: een mooi proces

Correcties en kaft: een mooi proces

De afgelopen maand is alles in sneltreinvaart gegaan. Eerst de correcties, daarna de kaft. En dat betekende twee nieuwe mensen in mijn leven. De auteur Peter Dicker heeft met ontzettend veel geduld de tekst grondig op fouten nageplozen. Zijn compliment deed mij veel goed. Hij schreef: ‘Het was een groot plezier je boek te lezen; in sommige delen werd ik helemaal meegezogen. Bij de episode van Azinza en Klaas moest ik denken aan de beklemmende sfeer van Coetzee’s Disgrace. Veel lezers zullen bovendien opkijken van het beleid van de VOC om De Kaap op deze wijze van ‘vers’ kolonistenbloed te voorzien. Heel opmerkelijk.’

Bij het ontwerp van de kaft heb ik goed kunnen samenwerken met Bert Hanekamp. Zoveel ideeën passeerden de revue. Ik wist dat ik iets van Zuid-Afrika wilde en ik zocht naar een meisje met een zeventiende eeuw-se gezichtje. Het meisje van Verspronck hangt in het Rijksmuseum (portret van een meisje in het blauw). Mijn oudste dochter Eline gaf vorm aan mijn beeld met dit voorbeeld links en na een aantal verschillende versies, is hier onderaan het resultaat. Een kaft is een visitekaartje: het moet uitnodigen om kennis te maken met het boek. De kleuren zijn belangrijk. De grijs-groene tinten geven aan dat het om een historische roman gaat. Ik hoop dat de afbeelding nieuws-gierig maakt. Dat de Tafelberg herkend wordt en het meisje verwondering opwekt. Ik hoop ook dat Ariaan, de hoofdpersoon in mijn roman, dezelfde karaktereigenschappen oproept als dit meisje dat in 1641 werd geschilderd: ze heeft iets dromerigs en oprechts, maar ook iets ontwapenends. De suikervogeltjes staan symbool voor het exotische en voor de drang naar vrijheid. De titel moet tot de verbeelding spreken. Ik schrijf dat Ariaan zich ten doel stelt om het vogeltje te vinden dat ze opgezet in een atelier heeft gezien. Als ze dat vogeltje zal treffen, zal het haar eraan herinneren dat ze een goede keuze heeft gemaakt. Ik vind het mooi dat het schilderij doorloopt naar de achterflap. Daar zie je dat het eigenlijk een spiegelbeeld is van het schilderij van William Hodges, honderd jaar later geschilderd. Het stadje moet minder groot zijn geweest toen Ariaan voor het eerst Kaap de Goede Hoop zag. Op de achterflap heb ik uitgelegd waar mijn boek over gaat. Er staat in woorden, wat ik met de afbeelding op de voorkant probeer te zeggen: Dat een weesmeisje op uitnodiging van de VOC naar een onbekend continent vaart. Ik hoop dat de kaft inspireert om mijn roman te lezen.