Wat bewoog een weesmeisje in de 17e eeuw naar Zuid-Afrika te vertrekken?

Voor Greyunlimited schreef ik een artikel over Het suikervogeltje. Hierbij de link als je het leuk vindt om dat te lezen: http://www.greyunlimited.nl/suikervogeltje/

Het is november 1687. Het is koud. Een kar hobbelt langs, een hond blaft in de verte, de klok luidt. Het zeventienjarige weesmeisje Ariaan krijgt een aanbod om op uitnodiging van de VOC naar Zuid-Afrika te verhuizen. Ze vraagt zich af wat haar te wachten staat, ze gelooft in galjoenen, zeemeerminnen en eenhoorns. Waarom ging ze? Ik heb hier veel tijdens het schrijven over nagedacht. Het was een onzeker avontuur waar zij zich in stortte. Maar ik denk dat Ariaan ook begreep wat voor kansen deze stap haar bood. Het was een mogelijkheid om zichzelf te herdefiniëren. In mijn boek begrijpt Ariaan het woord vooruitzicht. Ze begrijpt het moderne adagium als-je-een-kans-ziet-moet-je-die-met-beide-handen-grijpen. Het was een stap uit haar comfort-zone, maar ze durfde het risico te nemen. Ze verliet het Rotterdam van Erasmus, op weg naar het Zuiden, naar de zon, de struisvogelveren en de beloften van een volkomen ander bestaan. Alleen al om als jong meisje in het diepe te springen en de keuze te maken om in zo’n ver onbekend oord iets nieuws op te bouwen, vind ik bewonderenswaardig.

Onderzoek en verbeelding

Het suikervogeltje gaat over een meisje, een jonge vrouw eigenlijk die na een tocht vol beproevingen aan een nieuw leven begint. Ze is een echte pionier. De eerste vrouw die op deze manier uit Holland naar de Kaap vertrekt, de eerste die een eigen handel in kruiden begint. Veel onderzoek heb ik gedaan naar haar levensstijl en gewoonten, maar ook naar de geschiedenis van Zuid-Afrika in die tijd om haar leven in een context te kunnen plaatsen. Er is veel bekend: genealogische verslagen, stukken uit het archief, krantenknipsels en boeken. Oude schilderijen en landkaarten heb ik kunnen bestuderen, zelfs recepten heb ik opgezocht en nagemaakt. En ik heb de voetsporen gevolgd van waar Ariaan haar eerste stap aan wal zette, naar het Kasteel, naar de landhuizen en naar de Paardeberg, waar ze ging wonen, toen een afgelegen gebied. Zoals Isabel Allende zei, de werkelijkheid is niet alleen wat we aan de oppervlakte zien; het heeft ook een magische dimensie en als we willen, is het gerechtvaardigd om het in te kleuren. Dat heb ik gedaan met alle informatie: ik heb Ariaans leven ingekleurd. De schets was er al.

Haar eerste indrukken?

De scheepskist waar ze haar naam in gegraveerd heeft, wordt door iemand op z’n hoofd balancerend aan land gedragen. Ze heeft de mooiste kleren aan, met witte strepen van het wassen in zout water. De wind waait om haar oren en door haar haren. Daar, de Tafelberg, met het grote witte wolkenkleed gedekt. Bergpieken die tot de hemel rijken, zo anders dan het platte vlakke land waar ze vandaan komt. De geuren: zout, een penetrante geur van vis, die te lang in de zon te drogen heeft gelegen, iets kruidigs dat ze niet helemaal kan thuisbrengen…een beetje geïntimideerd door de wind, de mensen, de insecten en altijd die berg, die zo vierkant en onverzettelijk lijkt: dat zijn haar eerste indrukken.

Hendrik Biebouw en het vergane schip de Zuytdorp

Zuid-Afrika staat deze maanden volop in de belangstelling: het Rijksmuseum opent een tentoonstelling Goede Hoop? Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600 en in het West-Fries museum in Hoorn is een foto-tentoonstelling Uitgestoten nazaten van de compagnie. Over het laatste schreef Dirk Vlasblom een indrukwekkend artikel, wat ik met veel belangstelling heb gelezen. https://www.nrc.nl/nieuws/2017/01/13/uitgestoten-nazaten-van-de-compagnie-6159967-a1541177 . Net als in dit artikel wordt van de zoon van Willemijn, een van de karakters in mijn boek, vermoed dat hij een genetische ziekte in Australië heeft geïntroduceerd. Hij is een bekende Afrikaner in de geschiedenis geworden, Hendrik Biebouw. Hij wordt als de vader van de Afrikaners beschouwd door zijn uitspraak: ‘Ik ben een Afrikaner’. Of hij ook een overlevende van het vergane VOC-schip ‘Zuytdorp’ zou zijn? Het wordt door sommigen verondersteld, maar bewezen is het niet dat hij in Australië is gestrand. Het schilderij is van Adriaan de Jong (http://www.vochistory.org.au/zuytdorp.html)

De arts Geoffrey Dean was gefascineerd door de erfelijkheidsleer en bestudeerde de verspreiding van een genetische aandoening in een bepaalde omgeving. Bij zijn onderzoek werd duidelijk dat de tot dan toe onbekende porfyrie vooral in bepaalde bevolkingsgroepen voorkwam. Dean traceerde de stammoeders van dit afwijkend gen: Ariaan, haar zusje Willemijn, en haar neef Hendrik hebben de aandoening geërfd.

Toch heeft onderzoek niet uitgewezen dat de porfyrie-tak die onder de lokale Australische bevolking heerst, dezelfde is als die van Hendrik en zijn familie. Ook is niet bewezen dat Hendrik op de ‘Zuytdorp’ was meegevaren.

 

In mijn boek eindig ik met de uitspraak van Hendrik en de gevolgen van het incident, maar de veronderstellingen over zijn laatste lotgevallen, heb ik achterwege gelaten. Ik koos ervoor om vanuit het perspectief van Ariaan te vertellen en de zoon van haar zuster speelt hierbij slechts zijdelings een rol. Of Hendrik misschien een schipbreuk zou hebben overleefd, heeft zij niet geweten. Van de schermutseling waarbij Hendrik de bekende woorden uitsprak wel. Ieder leven is interessant. Ik heb geprobeerd alleen de schets van Ariaan en haar zuster Willemijn in te kleuren en Hendrik als neef en kind speelt daar natuurlijk een belangrijke zijdelingse rol bij.