Antwoord aan een jonge schrijfster

Lieve Rose-Ashanti, je hebt me zo blij gemaakt met je vraag. Met zo’n mooie naam als die van jou, kun je niet anders dan een goede schrijver worden.

De eerste stap is dat je moet bedenken wat voor soort boek je wilt schrijven. Waar wil je dat het over gaat. Het werkt het beste als je een boek schrijft dat je zelf ook zou willen lezen: Hou je van avonturen? Van meisjesverhalen? Van verhalen over vroeger? Wil je het grappig maken of juist serieus?

Weet je al een beetje waar je over wilt gaan schrijven? Als je begint en dan niet verder komt, is dat vaak omdat je het verhaal niet hebt doorgedacht. Een boek heeft altijd een begin, een midden en een einde. En er moet wat in gebeuren. Het helpt als je jezelf de vraag stelt wat de persoon over wie je schrijft, moet doen: ze moet iets zoeken of vinden om een probleem op te lossen. In je boek vertel je het verhaal naar die zoektocht. Denk maar aan de boeken die je hebt gelezen. Weet je wat daarin het probleem is? En weet je hoe de zoektocht gaat? En hoe de oplossing komt?

Wil je over jezelf (ik) schrijven of over iemand anders? Ook als je over jezelf schrijft, mag je verzinnen, hoor. Dat maakt het juist leuker. Gebruik niet te veel mensen (karakters) in je verhaal. De lezer wil het liefst veel over iemand weten en niet weinig over een heleboel mensen. Maak een lijstje over de hoofdpersoon in je boek, voor je begint met schrijven. Hoe oud is ze? Wat is haar lievelingskleur? Waar woont ze?

Door deze vragen van tevoren te bedenken en door de karakters met elkaar gesprekken te laten voeren (een dialoog) wordt het voor de lezer nog echter. Neem een klein boekje mee zodat je overal waar je bent, kunt opschrijven wat je om je heen ziet: schuift een vriendin altijd haar haren achter haar oor? Likt een hondje z’n lippen voor hij een koekje krijgt? Wiebelt je broertje op z’n stoel: dat zijn allemaal zinnetjes die je later kunt gebruiken, waarmee je verhaal tot leven komt. Denk maar dat het lezen hetzelfde moet zijn als naar een film kijken. Niet: en toen werd er op de deur geklopt, maar: iemand klopte op de deur.

In een boek moet je altijd dingen kunnen ruiken, proeven voelen of zien. Als je ergens binnenkomt, is het dan stil of hoor je muziek? Ruikt het naar een pas gedweilde vloer of naar een taartje?

Is het donker of schijnt de zon door de ramen en zie je dan schaduwen op de grond van de blaadjes van de boom. En dan: gewoon beginnen en doorgaan tot het af is. Heel veel succes. Als je het wilt, dan kun je het! Laat je me weten hoe het gaat?

Liefs van Pauline Vijverberg

 

6 gedachten over “Antwoord aan een jonge schrijfster”

  1. Fantastisch Pauline, ik denk dat je mijn nichtje hebt geïnspireerd, en op een dag zal je trots zijn op dit nu nog jonge schrijfstertje 🌸

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *