Op tournee!

Na de presentatie ben ik bij een aantal boekwinkels langsgeweest.

Allereerst naar Brielle:

Daarna, op zondag 11 maart naar de Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. De Nieuwe Boekhandel is een inspirerende winkel onder de bezielende begeleiding van Monique Burger. Tot mijn grote plezier kwam Marjolijn mij gezelschap houden.

Ik mocht (naast Freek de Jonge) op de muur mocht schrijven…: de hartstlag van een herinnering

Op woensdag 15 maart was ik bij Couvée. Daar gaf ik een korte lezing.

Zaterdag 17 maart signeerde ik bij de Kler in Wassenaar

 

 

 

en ontmoette daar Marianne en Liesbeth, klasgenoten uit Jakarta

en andere dierbaren (Tini, Plony, Margareth)

Ten slotte gaf ik een lezing bij Boekhandel Maximus, waar mijn komst al mooi werd aangekondigd:

 

Presentatie Zuid-Afrika Huis

 

Op 7 maart gaf ik een overweging over herinneringen in Het Zuid-Afrika Huis ter gelegenheid van het uitkomen van Onder de Vlinderboom.

 

Het eerste exemplaar kreeg Professor Tessa Roseboom nadat ze een verhelderende uiteenzetting had gegeven over het begrip Epigenetica en de Hongerwinter

 

Hierbij wat foto’s van een geslaagde middag.

   

Iedereen kreeg een zakje met geluksboontjes mee.

 

De diepe wonden van een tragisch verleden

Begin deze maand publiceerde Historiek mijn artikel over herinneringen. Een deel hiervan heb ik ook voor mijn overweging bij de presentatie en boekhandels gebruikt. Hierbij de link.

Geen schrijver hoeft zich ooit zorgen te maken over een lege bladzijde: het enige wat je nodig hebt, is een bron van herinneringen. We doen een beroep op dezelfde inspiratie die onze voorouders hadden toen zij onder de sterrenhemel bij een kampvuur verhalen vertelden. Herinneringen zijn je identiteit. Zonder herinneringen zit je gevangen tussen je verleden en je toekomst. Socrates zei dat de ziel alle kennis bewaart en dat het slechts een kwestie van zich herinneren is. Dat vind ik mooi gezegd. Her-inneren is het her-beleven van iets uit het ínnerlijk. Of, zoals Erik Kandel, de Nobelprijswinnaar voor de moleculaire grondslag van herinneringen uitlegt: leren is hoe je nieuwe informatie over de wereld verkrijgt, herinneren is hoe je dat opslaat.

Het belang van herinneringen vormt de rode draad in mijn roman Onder de Vlinderboom. Er zijn twee verhaallijnen: enerzijds gaat het over tienjarige Clara en haar tweelingbroertje Tony. Zij belanden in een kamp tijdens de Boerenoorlog. Anderzijds gaat het over Iris, een wetenschapper die onderzoek doet naar de gevolgen van de in de 1944-Hongerwinter verwekte kinderen.

Toen ik begon met het schrijven van Onder de vlinderboom, stuitte ik op Het Hongerwinteronderzoek van Professor Roseboom. De vraag van het onderzoeksteam was welke externe factoren de ‘leesbaarheid’ van de genen van een ongeboren kind beïnvloedden. Voor dit Hongerwinter-project had het onderzoeksteam toegang tot data van meer dan tweeduizend vrouwen. Zij waren in een ziekenhuis in Amsterdam bevallen tussen eind 1943 tot begin van 1947. Naast deze groep van kinderen gebruikten ze een controlegroep van voor en na die winter, waarmee ze de resultaten konden vergelijken. De conclusie was dat kinderen geboren uit zwangere vrouwen in de Hongerwinter van 1944 als volwassenen meer vatbaar waren voor diabetes, depressie en hartziekten.

Net als Iris, de hoofdpersoon van mijn tweede verhaallijn, was voor mij het bestuderen van epigenetica als het ontcijferen van de taal van het leven: ik had een van de sleutels om het mysterie van het leven te onthullen in mijn handen. Ik was volkomen geïntrigeerd door hoe patronen uit het verleden zich in de toekomst kunnen herhalen. In hoeverre ervaringen en vroege gebeurtenissen uit het verleden je genen kunnen beïnvloeden, zonder het DNA te veranderen: je erft niet alleen je grootmoeders neus, maar ook haar aanleg voor depressie of haar avontuurlijke geest. Haar angsten en haar veerkracht: epigenetica.

Ik denk dat de taak van een romanschrijver is om indrukken op te dweilen en ze uit te wringen tot een verhaal. Er zijn momenten geweest bij het schrijven dat ik het gevoel had dat ik precies deze woorden al geschreven had, maar ik weet dat dat niet zo is. Het zijn woorden van andere vrouwen die hun dagboeken in de Boerenoorlog van 1900 nauwkeurig hebben bijgehouden. Misschien opdat ik ze eens, op een dag, zou kunnen gebruiken. Neem ons in je verhaal mee, leken ze te zeggen. Ik schreef eigenlijk wat zíj schreven: dat herinnering fragiel is en de tijd van een leven kort en dat we soms niet de kans krijgen om een verband tussen gebeurtenissen te zien.

 

 

 

 

https://historiek.net/het-verhaal-van-de-herinnering/76304/

Het Boekenbal

    Op 9 maart naar het Boekenbal!

Het was een fantastisch feest, maar om andere redenen dan ik van tevoren had kunnen bedenken.

Mijn eerste grote verrassing was om Nachoem te zien die in de regen, in de rij stond te wachten tot iedereen naar binnen kon.  

Chiel en ik waren zo laat dat we na een korte begroeting en praatje met Nachoem naar binnen snelden over de bekende (blauwe) loper door een haag van fotografen heen (die allemaal langs ons heen keken wie ze kenden om plaatjes van te schieten). Meteen, langs zeemeerminnen(?) naar de grote zaal voor het programma.

Daar kwam ik naast een lieveheersbeestje te zitten:  

In het programma waren een aantal optredens. Onder andere van Trijntje Oosterhuis:

Het programma werd geleid door Jort Kelder. Mijn hoogtepunt was de toespraak van Tommy Wieringa met een eerbetoon aan de onlangs overleden Menno Wigman.

‘Nu gaan we dansen’, stelde Chiel voor. Het was heel druk en iedereen stond op de dansvloer te praten, maar wij hebben dansten! Het leek soms of we in een film liepen: zoveel bekende gezichten, die ik toch niet allemaal kon thuisbrengen. Ik kreeg een vette knipoog van Connie Palmen en Matthijs van Nieuwkerk zei dat ik er heel mooi uitzag, dus dat waren mijn opstekers van die avond! Ik heb de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ingrid van Engelshoven) een zakje met geluksboontjes gegeven, dat ze blij in haar jas stopte (‘voor moeilijke debatten’). Om klokslag 24h00, net als Assepoester, weer naar huis. De foto van Chiel en mij samen krijgen jullie lezers nog tegoed.

Terug in Zuid-Afrika, las ik een blog van Emily Kocken over haar jurk, waar ik veel van herkende:  http://emilykocken.nl/boekenbal/.  Dit schreef ik terug:

Hi Emily. Ik las je blog. Ik denk dat jouw jurk en die van mij elkaar zouden moeten ontmoeten. Kunnen ze ervaringen uitwisselen. Mijn jurk heeft nog wel gedanst en wilde niet mee terug naar Zuid-Afrika, maar ja… ‘Sun Goddess’ probeerde mijn jurk de naam van de ontwerper nog aan de fotografen te laten weten, maar wie had daar nou ooit van gehoord? Ik laat mijn jurk ook nog maar even dromen…over een feest met roze taartjes en dichters die spontaan (kan dat? Dichters en spontaan?) hun mooiste citaten citeren en schrijvers die diep in gesprek verwikkeld opeens in lachen (of huilen)  uitbarsten om het leven en dat ze zich zo (on?)gelukkig mogen prijzen om… om het magische te kunnen zien in alle dingen die ze tegenkomen. Hoe dan ook, dank voor je ode. Aan de jurk. Mijne was er jaloers op. Fluisterde dat die dat ook wel wilde. Dank. Dank voor je mooie blog.

Hierbij nog twee goede foto’s van mijn jurk bij het passen thuis: