Op tournee!

Na de presentatie ben ik bij een aantal boekwinkels langsgeweest.

Allereerst naar Brielle:

Daarna, op zondag 11 maart naar de Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. De Nieuwe Boekhandel is een inspirerende winkel onder de bezielende begeleiding van Monique Burger. Tot mijn grote plezier kwam Marjolijn mij gezelschap houden.

Ik mocht (naast Freek de Jonge) op de muur mocht schrijven…: de hartstlag van een herinnering

Op woensdag 15 maart was ik bij Couvée. Daar gaf ik een korte lezing.

Zaterdag 17 maart signeerde ik bij de Kler in Wassenaar

 

 

 

en ontmoette daar Marianne en Liesbeth, klasgenoten uit Jakarta

en andere dierbaren (Tini, Plony, Margareth)

Ten slotte gaf ik een lezing bij Boekhandel Maximus, waar mijn komst al mooi werd aangekondigd:

 

Presentatie Zuid-Afrika Huis

 

Op 7 maart gaf ik een overweging over herinneringen in Het Zuid-Afrika Huis ter gelegenheid van het uitkomen van Onder de Vlinderboom.

 

Het eerste exemplaar kreeg Professor Tessa Roseboom nadat ze een verhelderende uiteenzetting had gegeven over het begrip Epigenetica en de Hongerwinter

 

Hierbij wat foto’s van een geslaagde middag.

   

Iedereen kreeg een zakje met geluksboontjes mee.

 

De diepe wonden van een tragisch verleden

Begin deze maand publiceerde Historiek mijn artikel over herinneringen. Een deel hiervan heb ik ook voor mijn overweging bij de presentatie en boekhandels gebruikt. Hierbij de link.

Geen schrijver hoeft zich ooit zorgen te maken over een lege bladzijde: het enige wat je nodig hebt, is een bron van herinneringen. We doen een beroep op dezelfde inspiratie die onze voorouders hadden toen zij onder de sterrenhemel bij een kampvuur verhalen vertelden. Herinneringen zijn je identiteit. Zonder herinneringen zit je gevangen tussen je verleden en je toekomst. Socrates zei dat de ziel alle kennis bewaart en dat het slechts een kwestie van zich herinneren is. Dat vind ik mooi gezegd. Her-inneren is het her-beleven van iets uit het ínnerlijk. Of, zoals Erik Kandel, de Nobelprijswinnaar voor de moleculaire grondslag van herinneringen uitlegt: leren is hoe je nieuwe informatie over de wereld verkrijgt, herinneren is hoe je dat opslaat.

Het belang van herinneringen vormt de rode draad in mijn roman Onder de Vlinderboom. Er zijn twee verhaallijnen: enerzijds gaat het over tienjarige Clara en haar tweelingbroertje Tony. Zij belanden in een kamp tijdens de Boerenoorlog. Anderzijds gaat het over Iris, een wetenschapper die onderzoek doet naar de gevolgen van de in de 1944-Hongerwinter verwekte kinderen.

Toen ik begon met het schrijven van Onder de vlinderboom, stuitte ik op Het Hongerwinteronderzoek van Professor Roseboom. De vraag van het onderzoeksteam was welke externe factoren de ‘leesbaarheid’ van de genen van een ongeboren kind beïnvloedden. Voor dit Hongerwinter-project had het onderzoeksteam toegang tot data van meer dan tweeduizend vrouwen. Zij waren in een ziekenhuis in Amsterdam bevallen tussen eind 1943 tot begin van 1947. Naast deze groep van kinderen gebruikten ze een controlegroep van voor en na die winter, waarmee ze de resultaten konden vergelijken. De conclusie was dat kinderen geboren uit zwangere vrouwen in de Hongerwinter van 1944 als volwassenen meer vatbaar waren voor diabetes, depressie en hartziekten.

Net als Iris, de hoofdpersoon van mijn tweede verhaallijn, was voor mij het bestuderen van epigenetica als het ontcijferen van de taal van het leven: ik had een van de sleutels om het mysterie van het leven te onthullen in mijn handen. Ik was volkomen geïntrigeerd door hoe patronen uit het verleden zich in de toekomst kunnen herhalen. In hoeverre ervaringen en vroege gebeurtenissen uit het verleden je genen kunnen beïnvloeden, zonder het DNA te veranderen: je erft niet alleen je grootmoeders neus, maar ook haar aanleg voor depressie of haar avontuurlijke geest. Haar angsten en haar veerkracht: epigenetica.

Ik denk dat de taak van een romanschrijver is om indrukken op te dweilen en ze uit te wringen tot een verhaal. Er zijn momenten geweest bij het schrijven dat ik het gevoel had dat ik precies deze woorden al geschreven had, maar ik weet dat dat niet zo is. Het zijn woorden van andere vrouwen die hun dagboeken in de Boerenoorlog van 1900 nauwkeurig hebben bijgehouden. Misschien opdat ik ze eens, op een dag, zou kunnen gebruiken. Neem ons in je verhaal mee, leken ze te zeggen. Ik schreef eigenlijk wat zíj schreven: dat herinnering fragiel is en de tijd van een leven kort en dat we soms niet de kans krijgen om een verband tussen gebeurtenissen te zien.

 

 

 

 

https://historiek.net/het-verhaal-van-de-herinnering/76304/

Het Boekenbal

    Op 9 maart naar het Boekenbal!

Het was een fantastisch feest, maar om andere redenen dan ik van tevoren had kunnen bedenken.

Mijn eerste grote verrassing was om Nachoem te zien die in de regen, in de rij stond te wachten tot iedereen naar binnen kon.  

Chiel en ik waren zo laat dat we na een korte begroeting en praatje met Nachoem naar binnen snelden over de bekende (blauwe) loper door een haag van fotografen heen (die allemaal langs ons heen keken wie ze kenden om plaatjes van te schieten). Meteen, langs zeemeerminnen(?) naar de grote zaal voor het programma.

Daar kwam ik naast een lieveheersbeestje te zitten:  

In het programma waren een aantal optredens. Onder andere van Trijntje Oosterhuis:

Het programma werd geleid door Jort Kelder. Mijn hoogtepunt was de toespraak van Tommy Wieringa met een eerbetoon aan de onlangs overleden Menno Wigman.

‘Nu gaan we dansen’, stelde Chiel voor. Het was heel druk en iedereen stond op de dansvloer te praten, maar wij hebben dansten! Het leek soms of we in een film liepen: zoveel bekende gezichten, die ik toch niet allemaal kon thuisbrengen. Ik kreeg een vette knipoog van Connie Palmen en Matthijs van Nieuwkerk zei dat ik er heel mooi uitzag, dus dat waren mijn opstekers van die avond! Ik heb de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ingrid van Engelshoven) een zakje met geluksboontjes gegeven, dat ze blij in haar jas stopte (‘voor moeilijke debatten’). Om klokslag 24h00, net als Assepoester, weer naar huis. De foto van Chiel en mij samen krijgen jullie lezers nog tegoed.

Terug in Zuid-Afrika, las ik een blog van Emily Kocken over haar jurk, waar ik veel van herkende:  http://emilykocken.nl/boekenbal/.  Dit schreef ik terug:

Hi Emily. Ik las je blog. Ik denk dat jouw jurk en die van mij elkaar zouden moeten ontmoeten. Kunnen ze ervaringen uitwisselen. Mijn jurk heeft nog wel gedanst en wilde niet mee terug naar Zuid-Afrika, maar ja… ‘Sun Goddess’ probeerde mijn jurk de naam van de ontwerper nog aan de fotografen te laten weten, maar wie had daar nou ooit van gehoord? Ik laat mijn jurk ook nog maar even dromen…over een feest met roze taartjes en dichters die spontaan (kan dat? Dichters en spontaan?) hun mooiste citaten citeren en schrijvers die diep in gesprek verwikkeld opeens in lachen (of huilen)  uitbarsten om het leven en dat ze zich zo (on?)gelukkig mogen prijzen om… om het magische te kunnen zien in alle dingen die ze tegenkomen. Hoe dan ook, dank voor je ode. Aan de jurk. Mijne was er jaloers op. Fluisterde dat die dat ook wel wilde. Dank. Dank voor je mooie blog.

Hierbij nog twee goede foto’s van mijn jurk bij het passen thuis:

 

 

Een middag met Nachoem M. Wijnberg, laureaat van de P.C. Hooft-prijs.

We hadden afgelopen weekend zo’n onvergetelijke middag met Nachoem M. Wijnberg. Na een prachtige introductie van Josine Overdevest over de P. C. Hooft-prijs (die in mei voor zijn oeuvre aan hem wordt uitgereikt), zwengelde gastheer en dichter Johan Myburg een interessante discussie aan. ‘Eerst Kerst, dan oud en nieuw en dan komt Nachoem,’ grapte Johan. ‘Het is ieder jaar weer iets om naar uit te kijken.’

Nachoem (zijn naam betekent in het Hebreeuws degene die troost komt brengen) is heel productief: hij heeft net de laatste proefdruk herzien van zijn nieuwe werk dat in het voorjaar uitkomt, terwijl zijn laatste bundel nog vers van de pers is: Voor jou, van jou. Nachoem vertelde dat hij altijd naar helderheid en eerlijkheid in zijn gedichten zoekt. Niet dat zijn gedichten daardoor eenvoudig zijn, maar hij wil het niet mooier maken dan het is. De betekenis van een woord is belangrijker dan het lyrische of muzikale of zelfs het visuele aspect van een gedicht op de bladzijde. Aan woorden zelf heeft hij genoeg. Om te controleren of een gedicht klopt (hij maakt soms wel honderd versies), leest hij het vaak in spiegelbeeld terug.

Hij vertelde anekdotes over zijn jeugd, zijn eerste schooljaren in het Montessorisysteem en de grote overgang naar een joods orthodoxe middelbare school. Hij vertelde ook hoe hij eens, na het uitkomen van een dichtbundel, op een school was uitgenodigd om voor te lezen. Hij droeg z’n gedicht zo razendsnel achterelkaar voor, opdat de leerlingen zo snel mogelijk van deze verplichte poëzie-les af waren. Dat dat niet de bedoeling was, kreeg hij later te horen en kon daar nu nog hard om lachen. Ook sprak hij over hoe ongemakkelijk voorlezen in een huiskamer bij ‘Dichter aan Huis’ was geweest. Zo ongemakkelijk dat hij deed of hij voorlas, terwijl hij een voordracht gaf, om zijn gezicht maar achter een (soms zelfs ondersteboven gehouden) boek te kunnen verschuilen.

Nachoem droeg heel toepasselijk die middag een mooi gedicht voor over wijn. Ik had nog veel meer van hem willen horen. Eerlijk en helder zijn woorden die nu steeds door mijn hoofd blijven spelen. En verwondering. Want dat hoort bij eerlijkheid.

 

Uit Voor jou, van jou:

Je wil trouw zijn/ aan wie jou en anderen tijd gaf,/ in het huis/ waar zoveel anderen waren,/ meer dan je ooit bij elkaar zag.// Je hoort dat dat huis er niet meer is,/ maar je gelooft de berichten niet.// Je reist van huis naar huis/ en deelt tijd uit om in herinneringen te zoeken.// Voor die elke dag een halfuur/ en voor die een hele dag om in één keer op te maken.// Maar de straten zijn leeg,/ in de huizen enkel twee of drie oude vrouwen,/ de anderen zijn weggevlucht,/ niet voor jou,/ maar voor al die die voorbijtrekken omdat ze niets meer hebben.// In de winter naar huis lopen,/ als het donker wordt/ en sneeuw begint te vallen.// Sneeuw ligt op je schouders en haar,/ je gezicht glanst.// Leren vallen op sneeuw,/ gevallen en liggen gebleven,/ trouw aan waar trouw aan kan

jongste dochter vliegt uit

Dit keer wil ik een brief/blog schrijven voor onze jongste dochter Veerle, die bijna uitvliegt.

Alle prinsessen.

Lief. Slim. Mooi. Grappig. Onafhankelijk. Opmerkelijk. Met een groot hart.

Je bent een van onze lievelingsmensen. Ik weet dat je net zo veel vreugde aan de mensen om je heen zult blijven geven, als je aan ons hebt gegeven.

Vind plezier in de keuzes die je maakt. Er zijn nooit fouten, alleen maar lessen die je kunt leren. Wees nooit bang. Je bent wie je kiest om te zijn. Je toekomst ligt niet voor je maar in jezelf. Dingen overkomen je door wie je bent en wat je doet. Wees kalm temidden van het lawaai. Heb vertrouwen in je kracht en je intuïtie. Heb moed.

Blijf jezelf. Blijf compassie tonen en troost bieden. Blijf tolerant en accepteer anderen hoe ze zijn. Blijf altijd gracieus, wat de omstandigheden ook zijn. Blijf flexibel, want het zal je de vrijheid van mogelijkheden geven. Blijf veel lachen. Blijf ontdekken. Blijf bewonderen. Blijf dromen.

Heb lief. Leef. En vooral: doe wat je gelukkig maakt. Je zult niet alles wat je overkomt in de hand kunnen houden, maar je kunt beslissen om je er niet klein door te laten krijgen. Probeer de dingen die je niet bevallen te veranderen. Als dat niet lukt, verander dan de manier waarop je denkt. Het kan zijn dat je zo een nieuwe oplossing vindt.

En vergeet nooit dat welke fouten je ook maakt, hoe je er ook voor kiest om je leven in te delen, wat je ook besluit te doen, wij er altijd voor je zullen zijn. Wij zullen altijd onvoorwaardelijk van jou houden. We zullen ons hele leven trots op jou blijven.

Titel-twijfel

De titel van een boek is het eerste waar ik aan denk voor ik met het schrijven begin. Het moet de lezer aanspreken en tot de verbeelding kunnen spreken. Toen ik Alexine schreef, was de werktitel Bonjour Philipine, naar een spel dat vaak in de 19e eeuw gespeeld werd. Daarna heette het A Teaspoon of Tears in the Desert, dat werd Trots en Tranen in de Woestijn maar uiteindelijk kwamen we uit op Alexine.

Met Het suikervogeltje doorliep ik eenzelfde proces. De werktitel was Nichtjes van de Koning, omdat de weesmeisjes in een boek van James Michener ‘the king’s nieces’ werden genoemd. Toch wilde ik de titel iets pakkenders geven, iets wat exotisch was en een symbool in m’n verhaal weergaf. Zo kwam ik op Het suikervogeltje.

Voor mijn nieuwe boek dat in het voorjaar van 2018 uitkomt, had ik gekozen voor de titel Onder de Vlinderbloemenboom. In het Engels was het makkelijker: Under the Lucky Bean Tree. De boom die door het verhaal heen een rol speelt, behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). Het gaat om de Kanniedood boom, ook wel Erythrina Lysistemon. Het staat ook bekend als de koraalboom. De boontjes worden gebruikt als gelukssymbolen. Vlinder en bloemen in de naam zou de titel iets lichts geven. Ik gebruik het beeld van vlinders ook aan het eind van mijn verhaal. ‘Iris zag twee vlinders fladderen rond de felrode bloemen van de Vlinderbloemenboom. De onderkant van de vlindervleugels waren poederachtig wit. Ze zag de andere kant toen ze samen rustten op een bloem: de ene was de kleur van graan, de andere was karmijnrood.’ Met vriendinnen en uitgever heb ik de titel besproken. Heel veel alternatieve titels passeerden de revue:

Bij het licht van de vuurvliegjes … Echo’s uit het verleden… De geluksboontjesarmband… Tulpen en vuurvliegjes… Als verleden heden is… Moerbeien in winter

En na een weekend lang nadenken kwamen we uit op Onder de Vlinderboom. Met dichterlijke vrijheid heb ik gekozen voor een titel die beter uit de mond rolt: Onder de Vlinderboom. Ik hoop dat het de lezer uitnodigt om het boek op te pakken en eraan te beginnen. Hierbij ook nog een lijstje van Engelse titels die ik in mijn onderzoek tegenkwam. Zo mooi door hun eenvoud of schijnbare tegenstelling: Wild ducks flying backwards The particular sadness of lemon cake So long and thanks for the fish She heard the vultures singing Partial history of lost causes Happiness is a chemical in the brain Extremely loud and incredibly close The unbearable lightness of being The voluptuous delight of peanut butter and jam

Fossiel alfabet bij september-boekenclub besproken

Wat een eer om vorige week een Nederlandse boekenclub in Johannesburg te mogen bijwonen. Het was hartverwarmend dat iedereen Het suikervogeltje zo goed en grondig gelezen had. Een groep interessante vrouwen, die ieder zelf de ervaring van vertrekken met Ariaan deelde. Er werden goede vragen gesteld en diepgaande discussies gevoerd. Over de waardigheid van slaven, over het verleden en het heden, over heimwee en ‘be-longing’. We filosofeerden over het citaat van Julia Kristeva ‘het vreemde is in mij,’ over ubuntu en over de betekenis van het vreemdeling zijn. Hoeveel is er veranderd drie eeuwen later?

Er werd op deze mooie zomeravond ook van gedachten gewisseld over het gedicht van Antjie Krog, Fossiel Alfabet, de opdracht voorin het boek. Een van de vragen ging over welke thema’s uit het gedicht met het boek verbonden zijn. Ik had voor het gedicht gekozen omdat in de zeventiende eeuw al de basis werd gelegd voor de ‘striemende aversie’ en omdat het thema tijdloos is. En dat werd herkend. Iemand merkte op dat wat mensen menselijk maakt en de eigenschappen die daarbij horen door de tijd heen onveranderd blijven. En iemand anders vulde aan dat een fossiel ook de afwezigheid van iets benadrukt. Ik kopieer het gedicht ter overweging onderaan.

We hadden het ook over hoe onafhankelijk de vrouwen uit de zeventiende eeuw waren. Tijdens mijn onderzoek las ik ergens dat in de republiek vrouwen aanzienlijk meer vrijheid genoten dan elders in Europa. Hoewel een vrouw wel officieel de machtiging van haar man nodig om rechtshandelingen en transacties te plegen, was ze toch vrijgevochten.

‘Buitenlanders bleven zich verbazen over het fenomeen van de handeldrijvende huisvrouw; zij constateerden dat vrouwen moeiteloos de zaken van hun afwezige echtgenoten waarnamen en indien nodig zelfs handelsreizen maakten. De Engelsman Sir William Mountague, die in 1695 de Republiek bezocht, stelt zelfs dat vrouwen actiever waren in de handel dan mannen: ‘It is very observable here, more women are found in the shops and business in general than men; they have the conduct of the purse and commerce, and manage it rarely well, they are careful and diligent, capable of affairs, (besides domestic), having an education suitable, and a genius wholly adapted to it.’

Kortom, een bijzondere avond die veel stof tot nadenken heeft gebracht. Dank je wel.

Fossiel alfabet

het versteende fossiel beschrijft niet

hoe mijn blauwe ogen langs jouw ogen heenkijken

hoe jouw zwarte ogen mijn ogen ontwijken

hoe mijn witte bovenarm bloot

naast jouw zwarte bovenarm rust

hoe wonderlijk mijn steile haar naast jouw kroeskop slaapt

het fossiel beschrijft wel tot in de uiterste vertebrae

hoe de kust verblindend blijft roepen naar

het continent dat ooit

aan haar vastzat

hoe de inheemse begroeiing onbestreden geurt om haar afgescheurde kameraad

hoe de rots aan zee roest achter zijn weggedreven bloedbroeder aan

het fossiel weet dat alles ooit aan elkaar vastgezeten heeft

dat we onze harten aan elkaar hebben opgehaald toen

alleen wíj weten niet

waarom we nu met die rots-alleente zitten

en zoveel striemende aversie

(Uit: Antjie Krog Nieuwe Gedichten vertaling Robert Dorsman en Jan van der Haar, 2004)

 

 

Engels of Nederlands? Wat is de taal van je hart?

Iemand vroeg me laatst wat het betekende om een schrijver te zijn in twee talen en voor welke taal ik het eerst zou kiezen: Engels of Nederlands. Ik dacht meteen aan in welke taal ik droom en in welke kleuren? Hangt dat af van het verhaal, de omstandigheden, de herinneringen, de associaties? Is voor mij de één meer de taal van het hart dan de ander?

 

Thuis spreken we Nederlands, maar verder woon en leef ik al zeventien jaar lang in een land waar veel Engels wordt gesproken. Het Engels is me als een handschoen gaan passen. Het enige waar ik altijd mee worstel zijn de uitdrukkingen: In het Engels heb ik wel eens uitgeroepen: don’t throw the baby out of the bathtub. Maar ook in het Nederlands heb ik daar moeite mee: een gat in de zak kopen is een voorbeeld dat altijd grote hilariteit opwekt.

De afgelopen maanden heb ik geprobeerd mijn Engelse manuscript in het Nederlands te vertalen. Een homerische taak! Eigenlijk komt het neer op een nieuw boek schrijven. Ieder woord, waar ik zo lang over de smaak over heb nagedacht, heeft dezelfde aandacht nodig om het in een andere taal te vinden.

 

Ik las ergens dat sommige schrijvers met opzet in een andere taal schrijven om hun geest te verruimen en zich verder te ontwikkelen. Conrad, Nabokov en Beckett staan het meest bekend om hun werk dat niet in hun moedertaal is geschreven. Beckett was in het Frans gaan schrijven omdat hij in het Engels geen carrière had gemaakt. Door over te gaan naar het Frans dwong hij zichzelf om op een radicale nieuwe manier te schrijven.

De Belgische Chika Unigwe van Nigeriaanse afkomst schrijft in het Engels en in het Nederlands. Kader Abdolah is bekend geworden door zijn Nederlandse boeken.

Voor mij geldt dat het schrijven in een andere taal mij gedwongen heeft om mijn gedachten beter te formuleren.

 

Een schrijver werkt met woorden, zinnen, verhalen en boeken, poëzie en liedteksten en dat kan in verschillende talen. Maar er is nog een andere gemeenschappelijke vorm van taal: die van muziek, dans en stilte. Daar haal ik mijn inspiratie uit. Dat is de stof voor mijn dromen. Dat is de taal van mijn hart.

https://www.1843magazine.com/features/bringing-up-babel

Antwoord aan een jonge schrijfster

Lieve Rose-Ashanti, je hebt me zo blij gemaakt met je vraag. Met zo’n mooie naam als die van jou, kun je niet anders dan een goede schrijver worden.

De eerste stap is dat je moet bedenken wat voor soort boek je wilt schrijven. Waar wil je dat het over gaat. Het werkt het beste als je een boek schrijft dat je zelf ook zou willen lezen: Hou je van avonturen? Van meisjesverhalen? Van verhalen over vroeger? Wil je het grappig maken of juist serieus?

Weet je al een beetje waar je over wilt gaan schrijven? Als je begint en dan niet verder komt, is dat vaak omdat je het verhaal niet hebt doorgedacht. Een boek heeft altijd een begin, een midden en een einde. En er moet wat in gebeuren. Het helpt als je jezelf de vraag stelt wat de persoon over wie je schrijft, moet doen: ze moet iets zoeken of vinden om een probleem op te lossen. In je boek vertel je het verhaal naar die zoektocht. Denk maar aan de boeken die je hebt gelezen. Weet je wat daarin het probleem is? En weet je hoe de zoektocht gaat? En hoe de oplossing komt?

Wil je over jezelf (ik) schrijven of over iemand anders? Ook als je over jezelf schrijft, mag je verzinnen, hoor. Dat maakt het juist leuker. Gebruik niet te veel mensen (karakters) in je verhaal. De lezer wil het liefst veel over iemand weten en niet weinig over een heleboel mensen. Maak een lijstje over de hoofdpersoon in je boek, voor je begint met schrijven. Hoe oud is ze? Wat is haar lievelingskleur? Waar woont ze?

Door deze vragen van tevoren te bedenken en door de karakters met elkaar gesprekken te laten voeren (een dialoog) wordt het voor de lezer nog echter. Neem een klein boekje mee zodat je overal waar je bent, kunt opschrijven wat je om je heen ziet: schuift een vriendin altijd haar haren achter haar oor? Likt een hondje z’n lippen voor hij een koekje krijgt? Wiebelt je broertje op z’n stoel: dat zijn allemaal zinnetjes die je later kunt gebruiken, waarmee je verhaal tot leven komt. Denk maar dat het lezen hetzelfde moet zijn als naar een film kijken. Niet: en toen werd er op de deur geklopt, maar: iemand klopte op de deur.

In een boek moet je altijd dingen kunnen ruiken, proeven voelen of zien. Als je ergens binnenkomt, is het dan stil of hoor je muziek? Ruikt het naar een pas gedweilde vloer of naar een taartje?

Is het donker of schijnt de zon door de ramen en zie je dan schaduwen op de grond van de blaadjes van de boom. En dan: gewoon beginnen en doorgaan tot het af is. Heel veel succes. Als je het wilt, dan kun je het! Laat je me weten hoe het gaat?

Liefs van Pauline Vijverberg